Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Bij de mobilisatie van september 1939 zette het college zijn beste beentje voor. Noodverlichting werd aangebracht, gasmaskers gekocht en lijsten van schuilkelders aangelegd. In het onderwijs en de stadsdiensten waren velen gemobiliseerd, wat tot een tekort aan personeel leidde, dit was ook het geval in het brandweerkorps. Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers België binnen. Mechelen had de schrik meteen goed te pakken. Het schepencollege nam in allerijl enkele maatregelen. Het stadspersoneel moest zich voortaan dag en nacht beschikbaar houden voor om het even welke opdracht.
De stad werd zwaar getroffen door de Duitse bezetter, op 13 april 1940 viel de eerste bom, gelukkig met slechts beperkte stoffelijke schade.
Op 10 mei 1940, rond 21.30 u wierpen
Duitse vliegtuigen een ganse reeks brisantbommen uit over de stad, waarbij vooral de Bruul de meeste voltreffers moest inkasseren, evenals de Graaf van Egmontstraat, de meubelzaak Jacobs in de Onze-Lieve-Vrouwestraat,
de Tessestraat, Lange Nieuwstraat e.a in die omgeving.
Het historische gebouw Leliëndaal (het huidige OCMW) in de Bruul werd grotendeels vernield. Op 17 mei 1940 rond 10 u trokken de eerste Duitse troepen Mechelen binnen. Door de bevoegde stadsdiensten werden honderden zandzakjes rondgebracht en voor de kostbare museumstukken kwam er onder de ingangspoort van het stadhuis een schuilbarak.
Het was het begin van 4 jaar bezetting ...
Op 10 mei 1940 krijgt luitenant-bevelhebber Leopold Noëz een schriftelijk bevel om een bestendige wacht in het Arsenaal op te richten. Meteen roept hij zijn officieren en onderofficieren samen om de nodige maatregelen te treffen. De leden van het brandweerkorps zouden verdeeld worden in 3 secties, ieder had een diensttijd van 8 uur.
De stadswerklieden-brandweermannen werden nog niet meteen opgeroepen omdat hun dagelijkse bezigheid van arbeid in de stad noodzakelijk was. De verdeling was als volgt ingedeeld:
De 1e sectie begon met hun dienst om 20 u tot 04 u, de 2e sectie van 04 u tot 12 u, en de 3e sectie werkte van 12 u tot 20 u.
Drukke nacht
Op 10 mei rond 20.30 u krijgt de brandweer een eerste oproep, er is brand uitgebroken in de kazerne op het Berthoudersplein aanpalend aan het lokaal van de pompiers. 1e sergeant Fosté samen met enkele brandweermannen waren er meteen bij en zagen dat er enkele brandbommen gevallen waren, de brand was redelijk snel onder controle maar ondertussen stond heel de buurt van de Ham in rep en roer, er waren minstens een tiental branden.
Rond 21.45 u wordt de zusterschool in de Lange Ridderstraat getroffen door een bombardement en herschapen in een inferno. Twee klassen staan in brand. In de nabijgelegen Bruul staan de cinemazaal Agora en de hoofdzetel van de Burgerlijke Godshuizen (het latere OCMW) in lichterlaaie. Kort nadien slaat het vuur over op het dak van de aanpalende Leliëndaalkerk.
Bevelhebber Noëz liet alle manschappen oproepen via de elektrische bellen. Meteen werd het bevel gegeven aan onderluitenant De Coster en sergeant-majoor De Buyzer om de brand aan te vallen van het huis De Craen en cinema Agora. Bevelhebber Noëz samen met sergeant-majoor Emiel Cluytens en 1e sergeant Remi Cluytens richtte zich op de gebouwen van de COO, maar door de doordringende dikke rook werd hun toegang versperd om een verkenning uit te voeren. Het gebouw stond direct in vuur en vlam, het enige wat ze konden doen was het vrijwaren van waardevolle stukken.
Samen met 4 gendarmes konden ze verschillende waardevolle meubelen, schilderijen en oude archieven uit de vlammen redden.
Het brandweerkorps van het Arsenaal heeft nog tot 11 mei mee de nablussingswerken uitgevoerd.
Daar de brandweer talrijke branden in de stad te bestrijden had, kon zij niet verhinderen dat om 23.30 u het kerkdak aan de Bruul vuur vatte, enige minuten later stond heel het dak in lichterlaaie. Mechelen wordt die eerste avond in het hart getroffen. Negen brandhaarden lichten op tussen het station en de Grote Markt, Ijzerenleen, Graaf van Egmontstraat, Onze-Lieve-Vrouwstraat en de Hazestraat.
Verschillende burgers en scouts helpen tot 's anderendaags mee met het blussen van de brandhaarden. De branden zaaien paniek: zelfs de moedigsten kruipen weg in angst en vertwijfeling. De ganse Bruul lag vol brandslangen en de brandende puinen werden voortdurend besproeit. De Commissie van Openbare Onderstand heeft zonder twijfel het zwaarst geleden en is tot op de grond afgebrand.
Op 12 mei 1940 bleven de stadsdiensten zakjes zand naar belangrijke stadsgebouwen voeren. Kelders werden door de brandweer leeggepompt om er schuilplaatsen van te maken.
Diezelfde dag nog riep burgemeester Dessain alle mannen tussen 16 en 35 jaar op om meteen naar Ieper te vertrekken, mannen ouder dan 45 jaar moesten in Mechelen blijven. De meeste stadsdiensten waren ontredderd en er heerste een accuut personeelsgebrek, dit was ok het geval bij de Mechelse pompiers.
Gebrek aan manschappen
Vanaf 15 mei kan de 3e sectie niet meer worden ingezet. Dit was het gevolg van de militieverplichting die werd ingevoerd. Alle jonge mannen van 16 tot 35 jaar moesten zich zo snel mogelijk naar Ieper begeven om zich aan te melden in het leger.
De volgende personen bleven nog over: Leopold Noëz als bevelhebber, luitenant Louis Noëz, sergeant-majoor De Buyzer, korporaal Jan Verheyden en brandweerman Louis Goormans. Aangezien het onmogelijk was om de wacht nog in te zetten, werden de overgebleven pompiers gevraagd om zich te melden in de brandweerkazerne.
De Mechelse brandweer staat er niet alleen voor. Ook de pompiers van het Arsenaal rukken met hun bluspompen uit om de branden te bedwingen in de Lange Schipstraat, bij cinema Agora, de firma Spruyt en enkele woningen.
Vanaf 16 mei 1940 werd de toestand in de stad onleefbaar. Zo was er in heel Mechelen geen gas of elektriciteit meer. Mechelen was voor vier vijfde leeggelopen en leek wel een dode stad, maar belangrijke functionarissen zoals het hoofd van het brandweerkorps en de politiecommissaris bleven echter trouw op post.
Op 20 mei 1940 werden er op de Hombeeksesteenweg maar liefst 19 huizen in brand gestoken, op de Battelsesteenweg werd een huis in de as gelegd en de schuur van de aanpalende woning ging ook in vlammen op.
Hulp
De brandweer van het Arsenaal die spontaan tussenkwam en het schepencollege later zijn onkostennota stuurde, kreeg het deksel op de neus. In tijden van nood moest iedereen immers kosteloos helpen.
Mechelen staat in rep en roer. Schepen Van Kesbeeck spreekt ondertussen het stadspersoneel toe, alle mannen jonger dan 35 die nog in de stad zijn worden verplicht te vertrekken naar Ieper om zich daar onmiddellijk te laten inschrijven in het leger. Voor de tweede keer in nog geen dertig jaar wordt Mechelen herschapen in een spookstad.
Bezette stad
In de vroege ochtend van vrijdag 17 mei 1940 wordt de Mechelse bevolking gewekt door een enorme knal. Belgische genietroepen brengen de nog maar recent aangelegde vierendeelspoorbrug over de Leuvense Vaart tot ontploffing. De bevolking was niet op de hoogte gebracht en schrikt zich rot.
Op de binnenkoer van het stadhuis maakt de burgemeester met achter gebleven schepenen en stadssecretaris de balans op. Mechelen telt nog maar 4 agenten, enkele werkmannen, maar behoorlijk wat bedienden. Rond 10 u breken de eerste gevechten uit in de stad.
De toren van het Klein Seminarie staat in brand. Aan blussen valt niet te denken: alle stadswater is afgesloten door de overheid en zelfs de pompiers zijn gaan vluchten.
De nieuwe aanpalende feestzaal die nog geen jaar oud is gaat ook in de vlammen op. De stadsingenieur monteert een motorpomp op een lijkwagen en probeert de brand onder controle te krijgen, maar het is tevergeefs.
Liijst der straatnamen waar de meeste brandbommen vielen:
Mechelen telt aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog 60.000 inwoners. De meubelnijverheid is al eeuwen één van de belangrijkste lokale nijverheden, maar de grootste werkgever op dat moment is het Arsenaal die kort voor de oorlog meer dan 4.000 werknemers in dienst heeft. Op dinsdag 14 mei 1940 krijgen alle Arsenaalmannen (iedereen die in de Centrale Werkplaats van de NMBS werkzaam is) het bevel om de stad te verlaten. Men wil er zo voor zorgen dat alle knowhow uit Mechelen weg is en niet in handen komt van de Duitse bezetter.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell